AANDACHT
Blote wortel plantgoed is leverbaar van half november tot eind maart,
het ideale plantseizoen voor succesvolle aanplant.
Staphylea colchica - Colchic bladdernut
Danish commercial variety, with larger umbels and therefore higher yields.
Veelzijdige voedselstruik met jong blad dat aan verse erwtjes doet denken, eetbare bloemen en jonjoli-knoppen, gevolgd door kleine eetbare nootjes.
| Size: Pot 5L |
| Pollination: self-fertile |
| Light: sun to partial shade |
| Syntropy: 60% - 80% light (high) |
| Soil pH: lightly acidic, neutral, slightly alkaline |
| Soil humidity: semi-moist |
| At least hardy till: -15°C |
| Use: kitchen (transformation), table (fresh) |
Oorsprong en achtergrond
Staphylea colchica is een bladverliezende struik of kleine boom uit de westelijke Kaukasus, met een belangrijk natuurlijk verspreidingsgebied in Georgië. De soort werd in 1848 wetenschappelijk beschreven en behoort tot de familie Staphyleaceae. In Georgië staat de plant bekend als kolkhuri jonjoli en heeft hij een lange traditie als voedselplant. Vooral de jonge bloemknoppen en bloeiwijzen worden er geoogst en ingelegd. Ook jong blad, jonge scheuten, bloemen en zaden zijn eetbaar, waardoor de soort interessant is als meerjarige voedselplant met verschillende oogstmomenten doorheen het seizoen.
Vruchten
Na de bloei ontstaan opvallende lichtgroene, opgeblazen zaaddozen die uit twee of drie lobben bestaan en naarmate ze rijpen droger en papierachtiger worden. In iedere vrucht ontwikkelen zich enkele harde, bruine zaden. Deze zijn eetbaar en hebben een nootachtig karakter, maar zijn klein en vrij hard en vragen relatief veel werk om uit de vrucht en zaadhuid te halen. Als voedselopbrengst zijn ze daardoor eerder een extraatje dan het interessantste deel van de plant.
Rijping
Bij Staphylea colchica begint de culinaire oogst lang vóór de zaden rijp zijn. Het jonge, pas uitlopende blad en de zachte jonge scheuten kunnen in het voorjaar worden geoogst. Kort daarna verschijnen de bloemtrossen. Voor de traditionele Georgische bereiding jonjoli worden de jonge bloemknoppen en bloeiwijzen geplukt voordat de bloemen volledig geopend zijn. De geopende bloemen kunnen eveneens jong worden gebruikt.
Na de bloei ontwikkelen zich gedurende de zomer de karakteristieke opgeblazen zaaddozen. In onze streek rijpen de zaden verder af vanaf de nazomer tot in de herfst, wanneer de vruchtwand droger en papierachtiger wordt.
Culinair
Staphylea colchica is culinair vooral interessant omdat verschillende jonge delen van de plant eetbaar zijn. In Georgië worden de nog gesloten bloemknoppen en jonge bloeiwijzen traditioneel verwerkt tot jonjoli. Ze worden in pekel ingelegd of gefermenteerd en vervolgens onder meer als frisse, hartige groente geserveerd, vaak met ui en olie. Deze toepassing is een belangrijk onderdeel van de traditionele Georgische keuken.
Ook het jonge, pas uitlopende blad en de zachte jonge scheuten kunnen culinair worden gebruikt. Bij VLOET eten we het jonge blad graag rauw in een slaatje; de frisse, groene smaak doet ons daarbij sterk denken aan verse erwtjes. Oogst hiervoor het blad wanneer het nog jong en mals is. Ook de witte bloemetjes kunnen rauw in een salade worden gebruikt en geven zo naast hun smaak ook een aantrekkelijk accent aan het gerecht.
Later in het seizoen zijn ook de harde bruine zaden eetbaar. Ze worden soms als kleine nootjes gebruikt, maar zijn bescheiden van formaat en vragen behoorlijk wat werk om te verzamelen en te pellen. Voor ons zijn daarom vooral het jonge blad, de scheuten, bloemknoppen en bloemen culinair interessanter dan de nootjes. Het is juist die opeenvolging van verschillende eetbare delen die Staphylea colchica tot een bijzondere meerjarige voedselplant maakt.
Boomverzorging en onderhoud
Staphylea colchica groeit meestal als een grote, meerstammige struik of kleine boom van ongeveer 3 tot 5 meter hoog, al kan hij op een gunstige standplaats uiteindelijk groter worden. De groei is vrij krachtig en de kroon wordt met de jaren breed en goed vertakt. In het voorjaar verschijnen hangende trossen met witte bloemen, die de struik ook een duidelijke sierwaarde geven.
De soort groeit goed in zon tot halfschaduw. Een humusrijke, voedzame bodem die voldoende vocht vasthoudt maar niet langdurig nat blijft, sluit goed aan bij zijn natuurlijke groeiomstandigheden. Halfbeschaduwde bosranden en lichte voedselbossystemen zijn daardoor geschikte standplaatsen. Voor een rijke bloei en zaadvorming is voldoende licht gunstig.
Eenmaal gevestigd vraagt de struik weinig snoei. Verwijder vooral dood, beschadigd of sterk kruisend hout en dun oudere exemplaren indien nodig geleidelijk uit. Wanneer blad, jonge scheuten en bloemknoppen als voedsel worden geoogst, is het verstandig steeds voldoende jong hout en blad aan de plant te laten zodat hij krachtig kan doorgroeien. De soort is goed winterhard in ons klimaat.
Bestuiving
Staphylea colchica vormt tweeslachtige bloemen, waarin zowel mannelijke als vrouwelijke bloemdelen aanwezig zijn. De witte, hangende bloemen verschijnen in het voorjaar en worden door insecten bezocht. Er is onvoldoende sterke documentatie om volledige zelfvruchtbaarheid zonder voorbehoud te garanderen. Wie een goede zaadzetting belangrijk vindt, kan daarom meerdere genetisch verschillende planten bij elkaar zetten.
Voor de belangrijkste culinaire toepassingen is bestuiving echter niet noodzakelijk: jong blad, jonge scheuten, bloemknoppen en bloemen worden geoogst vóór de ontwikkeling van de vruchten en zaden.



