AANDACHT
Blote wortel plantgoed is leverbaar van half november tot eind maart,
het ideale plantseizoen voor succesvolle aanplant.
Rosa rugosa - Rimpelroos / Japanse bottelroos
De grote, aromatische bottels zijn rijk aan vitamine C en geschikt voor confituur, puree en siroop; plant deze krachtige soort alleen waar wortelopslag beheersbaar blijft.
| Maat: Pot 1,3L |
| Licht: volle zon, zon tot halfschaduw |
| Syntropie: 80% - 100% licht (emergent), 60% - 80% licht (high) |
| Bodem pH: licht zuur, neutraal, licht alkalisch |
| Vochtigheid: fris |
Oorsprong en achtergrond
Rosa rugosa, in het Nederlands rimpelroos genoemd, is een wilde rozensoort uit Oost-Azië, met een natuurlijk verspreidingsgebied van het Russische Verre Oosten en Noord-China tot Korea en Japan. De soort werd in 1784 botanisch beschreven door Carl Peter Thunberg. Ze dankt haar naam aan de opvallend gerimpelde, diep generfde bladeren. De sterk geurende, meestal roze tot purperroze bloemen verschijnen gedurende een lange periode en worden gevolgd door opvallend grote bottels.
Vruchten
De bottels behoren tot de grootste onder de wilde rozen. Ze zijn ongeveer 2 tot 3 cm groot, rond tot duidelijk afgeplat en kleuren bij rijpheid oranjerood tot donkerrood. Onder de vrij stevige schil zit een dikke laag zacht, oranje vruchtvlees rond talrijke harde zaden. De smaak is friszuur tot mild zoetzuur, met een uitgesproken fruitig rozenbottelaroma. Voor verwerking worden de zaden en vooral de fijne haartjes rond de zaden zorgvuldig verwijderd.
De bottels zijn bijzonder interessant door hun voedingswaarde. Ze bevatten veel vitamine C en daarnaast carotenoïden en verschillende polyfenolen. Onderzoek toont ook een duidelijke antioxidatieve activiteit van de vruchten aan. Dat maakt ze tot een waardevolle voedingsvrucht, maar zulke inhoudsstoffen mogen niet worden vertaald naar onbewezen geneeskrachtige effecten.
Rijping
In onze streek kleuren de eerste bottels doorgaans vanaf de late zomer en rijpt het grootste deel in september en oktober. Voor verwerking tot confituur, gelei of puree kunnen ze worden geplukt zodra ze volledig gekleurd zijn maar nog voldoende stevig aanvoelen. Later worden ze zachter en zoeter, maar ook kwetsbaarder bij het plukken en verwerken. Aan dezelfde struik kunnen in de nazomer nog bloemen aanwezig zijn terwijl de eerste bottels al rijpen.
Culinair
De grote, vlezige bottels maken Rosa rugosa bijzonder geschikt voor culinaire verwerking. Het vruchtvlees kan worden gebruikt voor confituur, gelei, moes, saus, soep, siroop en vruchtbereidingen. De frisse zuren en het karakteristieke bottelaroma blijven goed herkenbaar na verwerking. Gedroogde bottels kunnen ook voor infusies worden gebruikt.
Wie de bottels verwerkt, verwijdert best zorgvuldig de zaden en de fijne haartjes aan de binnenzijde. Die haartjes kunnen huid en slijmvliezen sterk irriteren en horen niet thuis in het eindproduct. Door de bottels te zeven of te passeren ontstaat een gladde puree die verder kan worden verwerkt.
Verzorging en onderhoud
Rimpelroos is een krachtige, zeer winterharde struik die ongeveer 1 tot 2 meter hoog kan worden. Ze verdraagt wind, arme zandgrond en zoute zeelucht opvallend goed en groeit zowel op zand als op verschillende andere goed doorlatende bodems. Een zonnige standplaats bevordert bloei en bottelvorming.
Het sterke groeivermogen vraagt echter voorzichtigheid. Rosa rugosa maakt gemakkelijk wortelopslag en kan daardoor steeds bredere, zeer dichte struwelen vormen. De soort is in delen van Noordwest-Europa invasief en kan vooral in duingebieden waardevolle inheemse vegetatie verdringen. Plant haar daarom niet in of vlak bij natuurgebieden, duinen of andere plaatsen vanwaar ze gemakkelijk kan verwilderen. In een tuin of voedselbos vraagt ze een duidelijk begrensde standplaats (kan door eromheen te maaien) en regelmatige controle van wortelopslag. Verwijder ongewenste uitlopers vroeg en laat snoeiafval of worteldelen niet in de natuur terechtkomen.
Bestuiving
Voor de praktische teelt van rimpelroos als eetbare bottelstruik hoeft bestuiving doorgaans geen apart aandachtspunt te zijn. De bloemen zijn aantrekkelijk voor tal van insecten; bij aanplant ligt de aandacht vooral op een geschikte standplaats en op het beheersen van de sterke uitbreiding van de struik.