AANDACHT
Blote wortel plantgoed is leverbaar van half november tot eind maart,
het ideale plantseizoen voor succesvolle aanplant.
Prunus dulcis 'Robijn' - Amandel
Robijn is een van de meest geschikte rassen om lekkere amandelen te kweken in noordelijke regio's.
| Bestuiving: zelfbestuivend, beter met kruisbestuiving |
| Licht: zon tot halfschaduw |
| Syntropie: 60% - 80% licht (high) |
| Bodem pH: licht zuur, neutraal, licht alkalisch, alkalisch (kalkrijk) |
| Vochtigheid: fris |
| Winterhard tot zeker: -15°C |
| Pluk: eind augustus, begin september |
| Gebruik: dessert (vers), keuken (verwerkt) |
Oorsprong en achtergrond
‘Robijn’ is een Nederlandse amandel-perzikhybride. Het ras is afkomstig van de heer Robijn uit Goes (Zeeland). Het is een vruchtamandel met een smakelijke kern en een zeer harde steen. De vroege roze bloei geeft de boom sierwaarde, maar maakt de oogst gevoelig voor voorjaarsvorst.
Vruchten
De noten zijn middelgroot, iets langwerpig en licht afgeplat van vorm. De dop is zeer hard; voor het kraken is een stevige notenkraker nodig. De kern is lichtbruin, glad en zoet van smaak, zonder bitterheid — een onderscheidend kenmerk dat ‘Robijn’ geliefd maakt voor verse consumptie.
Hoewel de vruchten kleiner zijn dan bij zuiderse rassen, is de kwaliteit hoog en de smaak romig, zacht en aromatisch, met een subtiele perziktoets afkomstig van haar hybride achtergrond.
Rijping
‘Robijn’ behoort tot de middelvroege amandels. Ze bloeit zeer vroeg in het voorjaar, waardoor de bloesem gevoelig blijft voor voorjaarsvorst. De winterhardheid van de boom zegt niets over de vorstbestendigheid van de bloemen. De noten zijn oogstrijp vanaf eind augustus tot begin september. De oogst is regelmatig, en de pitten kunnen koel en droog bewaard worden zonder kwaliteitsverlies.
Culinair
De amandelen van ‘Robijn’ zijn zoet, aromatisch en zacht van structuur, ideaal voor vers gebruik, maar ook geschikt voor gebak, marsepein, amandelpasta, pralines of lichte notenolie. Na droging blijven ze lang houdbaar. Door hun evenwichtige smaak worden ze vaak vergeleken met amandelen van zuiderse rassen, maar dan met een subtiel frissere toon.
Boomverzorging en onderhoud
Het ras groeit van nature krachtig, met een perzikachtige groeiwijze. De uiteindelijke boomgrootte wordt mede bepaald door de onderstam, bij dit aanbod St Julien A, en door bodem en snoei. Hij kan als vrijstaande boom worden aangeplant en vormt dan een prachtig bloeiaccent in de tuin dankzij de roze bloemen in het vroege voorjaar.
‘Robijn’ vraagt een zonnige, beschutte standplaats — bij voorkeur tegen een zuidmuur of op een warme, luwteplek — en een goed doorlatende, neutrale tot licht alkalische bodem met een pH tussen 6,9 en 7,5.
Bij het planten worden de lange twijgen met ongeveer een derde ingekort om een evenwichtige kroonopbouw te bevorderen. De planttijd is februari, met een aanbevolen plantafstand van circa 4 × 5 meter.
De boom verdraagt droogte redelijk goed, maar houdt niet van natte voeten. Snoei na de bloei of in de zomer om het risico op infecties te beperken.
Bestuiving
‘Robijn’ is zelfbestuivend, maar kruisbestuiving verhoogt de vruchtzetting en geeft meer én grotere amandelen. Goede bestuivers zijn ‘Ferragnes’, ‘Lauranne’, ‘Marinada’ (grote kwaliteitsvruchten, mits goed bestoven) en ‘Steliette’. Soms worden zelfs perzikrassen met gelijke bloeitijd gebruikt als bestuiver.